Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2015
Onder 5.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:33.
Zoals eerder door het College in zijn jurisprudentie is geoordeeld (zie onder meer de uitspraak van het College van 27 januari 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP5140) ligt het op de weg van appellanten om met (een verwijzing naar) concrete stukken te komen waaruit de onjuistheid van het gemotiveerde standpunt van verweerder zou volgen. Als appellanten, anders dan verweerder, van mening zijn dat de door appellanten beschikbaar gestelde gegevens voldoende zijn om vast te stellen dat sprake is van S&O werk, dan is het aan hen om in beroep concreet aan te geven uit welke gegevens dat dan blijkt. Het College constateert dat appellanten dit hebben nagelaten en dat zij zich hebben beperkt tot algemene zienswijzen over de beoordelingsmaatstaf en de wijze van controle, zonder specifiek in te gaan op de door hen verrichte S&O-werkzaamheden en daarbij aan te geven uit welke stukken van de overgelegde projectadministratie dit blijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e8d518588783b69757e64d144510c0e3bf4c855f7985e6f564260d2d1bbab83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e8d518588783b69757e64d144510c0e3bf4c855f7985e6f564260d2d1bbab83, en de alinea staat in dat document op bytes 21522 tot 22470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e8d518588783b69757e64d144510c0e3bf4c855f7985e6f564260d2d1bbab83 | shasum -a 256