Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 september 2015

Alinea 26 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 september 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:330.

3. De minister kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank in overweging 4.2 van de aangevallen uitspraak. Volgens de minister blijkt uit de Nota van Toelichting bij het Besluit van 14 juni 2011, houdende wijziging van het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten (Stb. 2011, 337; hierna: Besluit) dat begrippen als werkgever, werknemer en personeel ruim moeten worden uitgelegd. De tabakswetgeving beoogt immers onder meer bescherming tegen tabaksrook te bieden, ongeacht of die bescherming gericht is op gebruikers van bepaalde ruimten of op personen die arbeid in die ruimten verrichten. Niet alleen de personen die werkzaamheden verrichten in de horeca op basis van een mondelinge of schriftelijke arbeidsovereenkomst vallen dus onder het begrip werknemer in de zin van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, maar ook de personen die werkzaamheden verrichten als vrijwilliger of als vriendendienst. Naar de mening van de minister komt bijna iedereen die een zzp’er bijstaat bij het verrichten van horecawerkzaamheden de bescherming van die bepaling toe. De enige uitzondering die de wetgever hier blijkens de Nota van Toelichting op maakt, is voor echtelieden en zij die een geregistreerd partnerschap met elkaar hebben. Nu de wetgever een bescherming voor ogen heeft gehad die zo verstrekkend mogelijk dient te zijn, moeten uitzonderingen hierop strikt worden uitgelegd en zeker niet worden opgerekt. Door de vriendin van [naam 1] onder de uitzondering te scharen, heeft de rechtbank de uitzondering voor echtelieden en geregistreerde partners opgerekt. De minister acht dit een onjuiste en onwenselijke ontwikkeling. Naast het feit dat het oordeel van de rechtbank volgens de minister niet in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever, leidt dit oordeel tot een onduidelijkheid die de naleving en handhaving van de regelgeving niet ten goede komt. Daar waar een huwelijk of geregistreerd partnerschap objectief bepaalbaar is, geldt dat voor andere relaties niet of in ieder geval in aanzienlijk mindere mate. De minister vraagt zich af hoe een toezichthouder kan bepalen of sprake is van een relatie die gelijkgesteld zou moeten worden aan een huwelijk. Ook vraagt hij zich af hoe om te gaan met bestendige relaties zonder dat er sprake is van samenwonen. De bewijslast voor het bestuursorgaan zou aldus onevenredig zwaar worden. Volgens de minister heeft de rechtbank op onjuiste gronden waarde gehecht aan de stelling van [naam 1] dat de vrouw achter de bar niet een vriendin was, maar zijn vriendin. Voor de toepassing van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet is dit verschil niet relevant. Hieruit volgt, aldus de minister, dat mocht worden uitgegaan van de gegevens in het boeterapport en dat nader onderzoek naar de relatie tussen [naam 1] en de aangetroffen vrouw niet aan de orde was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/969eb79c967b0107c075d1e1d718c18ec086e7dfc0a9566c96e4a463cd87c8d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 969eb79c967b0107c075d1e1d718c18ec086e7dfc0a9566c96e4a463cd87c8d9, en de alinea staat in dat document op bytes 14185 tot 17053.