Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 19 februari 2015

Onder 3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 19 februari 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 19 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:40.

Betrokkene brengt als reactie het volgende naar voren. Hij was destijds niet van de fraudekwestie op de hoogte en hoefde dat als bestuurder ook niet te zijn. Het enkele feit dat [naam 9] genoemde brief over deze kwestie stuurde aan [naam 6], ter attentie van betrokkene als bestuursvoorzitter, maakt niet dat hij daarmee tuchtrechtelijk verantwoordelijk werd voor dat dossier. Voorts wijst betrokkene er op dat het bestuurssecretariaat van [naam 6] conform intern beleid de brief van [naam 9] doorstuurde naar de afdeling juridische zaken van [naam 6], die vervolgens op haar beurt, eveneens conform intern beleid, besloot die kwestie af te handelen met de betrokken accountant [naam 4] en zonder betrokkene. De fraudekwestie speelde op het niveau van de verantwoordelijke accountant. Toen hierover vragen werden gesteld en verwijten werden gemaakt was het volgens betrokkene aan deze accountant om dat met juridische zaken af te handelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ee9c867a9d1b697ee80e8de74efe35720eccaa8b773ec8f5ab38c7e3745aeaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ee9c867a9d1b697ee80e8de74efe35720eccaa8b773ec8f5ab38c7e3745aeaf, en de alinea staat in dat document op bytes 11382 tot 12335.