Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 februari 2015

Onder 3.5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 februari 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:42.

Betrokkenen hebben gesteld dat de gegrondverklaring van klachtonderdeel IV geen stand kan houden, reeds omdat dit klachtonderdeel inhoudt dat ten onrechte geen hoor en wederhoor is toegepast en de accountantskamer overweegt dat hiertoe terecht geen noodzaak bestond. Anders dan betrokkenen stellen heeft de accountantskamer evenwel niet overwogen dat er geen noodzaak bestond om hoor en wederhoor toe te passen. De accountantskamer heeft overwogen dat betrokkenen appellanten sub 1 niet eerst hadden moeten horen of hen de mogelijkheid hadden moeten bieden om te reageren op hun bevindingen voordat (een concept van) de deskresearch werd uitgebracht aan RVG, omdat de deskresearch inhoudelijk niet kan worden beschouwd als een afgeronde rapportage. Daarbij betrekt de accountantskamer onder andere het feit dat in het rapport – onder het kopje “1.4.4 Vervolgstappen” – staat vermeld dat het voor de beantwoording van de openstaande vragen noodzakelijk wordt geacht gesprekken te voeren met een aantal betrokkenen, waaronder appellanten sub 1. Het College is van oordeel dat de accountantskamer terecht heeft geoordeeld dat het niet kenbaar maken van de aard van de opdracht in de opdrachtbevestiging en in de deskresearch zelf een schending oplevert van het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Deze grief slaagt niet. Het hoger beroep van betrokkenen is derhalve ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafb971f439adbe052e4ea825591c4db0eb9a77387a89ffb3b8428bbbee62853. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafb971f439adbe052e4ea825591c4db0eb9a77387a89ffb3b8428bbbee62853, en de alinea staat in dat document op bytes 20709 tot 22153.