Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 februari 2015

Onder 3.7.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 februari 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:42.

Volgens vaste jurisprudentie van het College (onder meer neergelegd in zijn uitspraak van 31 mei 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW7869) ontbeert een document dat de uitkomst bevat van de arbeid van een registeraccountant niet reeds een deugdelijke grondslag op grond van het enkele feit dat geen hoor en wederhoor is toegepast, maar is hoor en wederhoor een middel om een deugdelijke grondslag te verkrijgen. De beoordeling of de deskundigheid en de verrichte werkzaamheden een dergelijke grondslag vormen, is afhankelijk van met name de inhoud en strekking van het document. De uitkomst van een dergelijke beoordeling kan van geval tot geval verschillen en kan leiden tot de conclusie dat het document een deugdelijke grondslag ontbeert, indien is afgezien van het horen van bepaalde personen. Wanneer, zoals in dit geval, sprake is van een persoonsgericht onderzoek of, hoewel van een persoonsgericht onderzoek in eigenlijke zin geen sprake is, de betrokkenheid van bepaalde personen bij de handelingen die het voorwerp van het onderzoek zijn, zodanig is dat het onderzoek onvermijdelijk de positie en het functioneren van deze personen raakt, dienen deze personen naar het oordeel van het College – met het oog op het verkrijgen van een deugdelijke grondslag – in beginsel te worden gehoord. Daarmee wordt hun de mogelijkheid geboden informatie te verschaffen over - bijvoorbeeld - het doel van het onderzoek, voordat de resultaten van het onderzoek aan de opdrachtgever worden uitgebracht. Indien het horen van een persoon om de hiervoor gegeven redenen was aangewezen, doch achterwege is gebleven, berust het document waarin de uitkomst van het desbetreffende onderzoek is neergelegd niet op een deugdelijke grondslag, tenzij is gebleken van bijzondere omstandigheden die het achterwege laten van het horen rechtvaardigen. Naar aanleiding van hetgeen betrokkenen naar voren hebben gebracht wijst het College er voorts op dat het horen van bedoelde personen een procedurele waarborg betreft. Ook indien uit hetgeen een ten onrechte niet gehoorde persoon later naar voren brengt zou volgen dat de uitkomst van het onderzoek niet anders zou zijn als hij wel was gehoord, doet dit er niet aan af dat de omstandigheid dat ten onrechte niet is gehoord met zich brengt dat in zoverre niet van een deugdelijke grondslag kan worden gesproken. .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafb971f439adbe052e4ea825591c4db0eb9a77387a89ffb3b8428bbbee62853. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafb971f439adbe052e4ea825591c4db0eb9a77387a89ffb3b8428bbbee62853, en de alinea staat in dat document op bytes 33267 tot 35630.