Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 maart 2015

Onder 6.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 maart 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:43.

Het College overweegt dat de orthodontietarieven bedoeld zijn om dekking te geven aan redelijke kosten van Wmg-zorg voor orthodontieverrichtingen, waaronder tevens wordt begrepen het kunnen genereren van een redelijk geacht inkomen (norminkomen). Zoals het College al eerder heeft overwogen, houden de tarieven geen aanspraak op een bepaald inkomensniveau in (zie onder meer de uitspraak van 31 augustus 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN5771). Evenmin wordt met de vastgestelde tarieven een maximuminkomen bepaald. Het norminkomen is niets anders dan een redelijk geacht inkomen, dat een bouwsteen vormt voor de tariefvaststelling. Het College volgt appellanten dan ook niet in hun algemene stelling dat door het hanteren van een norminkomen bij de vaststelling van de orthodontietarieven inkomenspolitiek wordt bedreven. Dat de hoogte van het norminkomen – in 2013 vastgesteld op € 144.782 – zó ver afstaat van de economische realiteit dat het niet redelijk is te achten, is niet gebleken. Dat het norminkomen destijds geënt was op een ambtelijke salarisschaal met een daarbij behorend bedrag maakt dat niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c52b8525a0f03a2fadd26b05443b6f733fe3ba8353384d16e53fc35c59c7bb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c52b8525a0f03a2fadd26b05443b6f733fe3ba8353384d16e53fc35c59c7bb6, en de alinea staat in dat document op bytes 34186 tot 35315.