Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 maart 2015

Onder 7.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 maart 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 5 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:43.

Het College stelt voorop dat verweerster binnen bepaalde grenzen de vrijheid heeft om de tarieven voor orthodontische zorg vast te stellen en te bepalen op welke wijze dat moet gebeuren. Zoals het College al eerder heeft overwogen, mag verweerster bij een tariefberekening uitgaan van gemiddelde landelijke cijfers over de werkelijke kosten (ECLI:NL:CBB:2010:BN5771). Dat een andere keuze – bijvoorbeeld gemiddelde kosten en opbrengsten van alle praktijken – denkbaar zou zijn en mogelijk de voorkeur geniet van appellanten, betekent niet dat verweerster zich bij de tariefberekening niet heeft mogen baseren op de gemiddelde kosten van de meest voorkomende praktijk. Daarbij neemt het College in aanmerking dat de keuze voor de 3-4-5‑stoelspraktijk als de meest voorkomende praktijk uitvoerig is gemotiveerd en is gemaakt op basis van aanvullend onderzoek van Significant. Niet gebleken is dat daar zodanige nadelen aan kleven dat sprake is van een keuze die niet redelijk is te achten. Ook heeft verweerster op de door haar aangevoerde gronden de gegevens van startende en stoppende praktijken die betrekking hebben op een onvolledig jaar buiten de berekening kunnen laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c52b8525a0f03a2fadd26b05443b6f733fe3ba8353384d16e53fc35c59c7bb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c52b8525a0f03a2fadd26b05443b6f733fe3ba8353384d16e53fc35c59c7bb6, en de alinea staat in dat document op bytes 38547 tot 39742.