Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2015
Onder 3.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:49.
Artikel 4:23, eerste lid, Wft verplicht de financiële onderneming die aan een cliënt of consument (hierna kortheidshalve: klant) advies uitbrengt a) de daarvoor redelijkerwijs relevante informatie in te winnen b) het advies op die informatie te baseren en – in deze zaak niet aan de orde gesteld – c) dat advies zo nodig toe te lichten. Om te kunnen bepalen welke en hoeveel informatie relevant is, is het van groot belang te bezien welke impact de financiële beslissing die de klant wellicht gaat nemen, op zijn financiële positie kan hebben. In beginsel geldt dat voor een zwaarwegende beslissing meer informatie moet worden ingewonnen dan voor tot het normale uitgavenpatroon behorende beslissingen. Een lening voor de aanschaf van een auto is voor vele klanten een beslissing van gewicht, waarvan de financiële gevolgen vaak meerdere jaren voelbaar blijven. Daarom moeten in vele gevallen ook bijkomende beslissingen overwogen worden om de financiële gevolgen van een dergelijke aanschaf ook bij veranderde omstandigheden te kunnen dragen. Het gaat dan om de zogenaamde betalingsbeschermers, die een voorziening bieden om de betaling ook bij werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of overlijden mogelijk te maken. Om de advisering over dergelijke belangrijke beslissingen op een zorgvuldige en transparante wijze te kunnen doen is het naar het oordeel van het College noodzakelijk dat de ingevolge artikel 4:23 Wft bij de klant ingewonnen informatie, voor zover deze niet reeds in schriftelijke vorm is verkregen, op enigerlei wijze in het klantdossier wordt vastgelegd. Op de financiële onderneming rust daarom, indien het tot een overeenkomst gekomen is, ingevolge artikel 32 Bgfo de plicht om de ingewonnen informatie gedurende tenminste een jaar te bewaren. Aan de hierboven geciteerde nota van toelichting bij artikel 32 ontleent het College dat dit artikel de vastlegging (en daarmee de reconstrueerbaarheid) van een verstrekt advies betreft. Alleen op basis van een schriftelijk klantprofiel kan de financiële onderneming voldoen aan de in deze toelichting genoemde eis aannemelijk te kunnen maken dat het verkochte of aanbevolen product past bij de consument of cliënt. Gelet daarop mag AFM er, behoudens tegenbewijs, in beginsel
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d779eadd0bce6e9f722ee9a1f38bfd181e484395d850120307c3935cc1b7338b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d779eadd0bce6e9f722ee9a1f38bfd181e484395d850120307c3935cc1b7338b, en de alinea staat in dat document op bytes 16368 tot 18633.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d779eadd0bce6e9f722ee9a1f38bfd181e484395d850120307c3935cc1b7338b | shasum -a 256