Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2015
Onder 7.3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:49.
Het College is van oordeel dat het betoog van AFM in deze overtuigend is. Dit leidt het College tot de conclusie dat AFM in zijn bewijslast is geslaagd. Het College voegt daaraan toe dat met name voor wat betreft de advisering over de betalingsbeschermers geldt dat een substantieel aantal klanten in de onderzochte dossiers anders handelt dan op basis van de ingewonnen informatie in het klantprofiel van deze klanten verwacht mocht worden. Nu uit de onderzochte dossiers niet blijkt dat met betrekking tot dit punt bij de klant informatie is ingewonnen, levert dat strijd op met artikel 4:23, eerste lid, onder a, Wft. Een adviseur die ziet dat zijn klant een keuze maakt die niet bij de door hem geformuleerde voorkeur past, zal daarover bij de klant nadere vragen moeten stellen om hem beter te kunnen adviseren. Gebeurt dat niet dan handelt die adviseur bovendien in strijd met artikel 4:23, eerste lid, onder b, Wft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d779eadd0bce6e9f722ee9a1f38bfd181e484395d850120307c3935cc1b7338b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d779eadd0bce6e9f722ee9a1f38bfd181e484395d850120307c3935cc1b7338b, en de alinea staat in dat document op bytes 29973 tot 30910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d779eadd0bce6e9f722ee9a1f38bfd181e484395d850120307c3935cc1b7338b | shasum -a 256