Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 maart 2015

Onder 3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 maart 2015

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:62.

Met betrekking tot de vraag of het in 1.2 en 1.3 omschreven verdienmodel van appellante als het aanbieden van krediet aan consumenten moet worden gekwalificeerd, stelt AFM zich op het standpunt dat niet de juridische kwalificatie als koopovereenkomst en cessie van de vordering leidend is, maar hetgeen gebeurt in de economische werkelijkheid. Wat daarin gebeurt is dat de consument een geldsom ter beschikking krijgt, die na afloop van de overeengekomen periode moet worden terugbetaald, waarbij de consument een hoger bedrag terugbetaalt dan van appellante is ontvangen. Deze werkelijkheid voldoet aan de definitie van krediet in artikel 1.1 Wft. Appellante beschikt niet over de daarvoor vereiste vergunning en overtreedt daarmee artikel 2:60 van de Wft, zodat AFM bevoegd is op grond van artikel 1:79 Wft handhavend op te treden. Er is sprake van een voor consumenten zeer schadelijke vorm van “flitskrediet”, waaraan buitensporig hoge kosten voor de consument zijn verbonden, reden om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/15919a1ab9691437c46ab03ffb1ec5a5b4c0b0916d4039506d4d4cb7db5c1517. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 15919a1ab9691437c46ab03ffb1ec5a5b4c0b0916d4039506d4d4cb7db5c1517, en de alinea staat in dat document op bytes 18091 tot 19136.