Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 maart 2015
Alinea 14 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 maart 2015
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:93.
1. Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar verzoek, samengevat, het volgende naar voren gebracht. Overeenkomstig artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en overeenkomstig de Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2014 mogen partijen nadere stukken indienen tot tien dagen voor de zitting. Verzoekster heeft deze termijn in acht genomen door haar reactie op het verweerschrift in te dienen op 25 februari 2015, twaalf dagen voor de zitting. In haar brief van 25 februari 2015 beargumenteert verzoekster onder meer dat de (toepassing van de) in de procedure centraal staande beleidsregel van de NZa in strijd is met de Europeesrechtelijke regels van staatssteun. In de door de NZa ter zitting ingediende pleitnota wordt gereageerd op dit door verzoekster opgevoerde staatssteunargument. Het College heeft ter zitting van 9 maart 2015, na intern overleg van enkele minuten, besloten dat het staatssteunargument te laat is aangevoerd, daarom in strijd is met de goede procesorde en buiten beschouwing moet worden gelaten. Verzoekster heeft ter zitting onderbouwd waarom geen sprake is van strijd met de goede procesorde. Het aangevoerde staatssteunargument is geen nieuw feit, bewijsstuk of productie, maar slechts een juridisch argument ter verdere onderbouwing van reeds door verzoekster opgevoerde beroepsgronden.Niet valt in te zien waarom twaalf dagen niet voldoende zou zijn voor de NZa om ter zitting voldoende voorbereid te reageren op dit staatssteunargument. De NZa is geen onbekende met dit argument en kan dit verwachten. Het College kan, zoals het wel vaker doet, ter zitting bepalen dat de NZa in de gelegenheid wordt gesteld alsnog nader schriftelijk te reageren. De financiële belangen van verzoekster bij deze zaak zijn groot en het staatssteunargument is voor verzoekster van groot belang. Verzoekster ziet niet in waarom de voortgang van de procedure en de goede procesorde in het geding zouden zijn aangezien de NZa in de pleitnota heeft gereageerd op het staatssteunargument en de NZa alsnog in de gelegenheid zou kunnen worden gesteld (schriftelijk) te reageren op het staatssteunargument. De behandeling van het door verzoekster opgevoerde argument van staatssteun had dienen te prevaleren boven het belang van de NZa bij een spoedige berechting. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat in dit soort procedures slechts één beroepsinstantie bestaat en dat verzoekster niet de mogelijkheid heeft het staatssteunargument alsnog aan een hogere instantie voor te leggen. Het buiten beschouwing laten van het argument is onder deze omstandigheden zozeer onbegrijpelijk dat bij verzoekster de vrees is ontstaan dat dit besluit van het College niet onpartijdig is en dat dit besluit van het College slechts kan voortvloeien uit een vooringenomenheid jegens verzoekster.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/733adf4f2fea4bd13bff89a24aec0f905e08095c31aa9b61bea5ceadaffd6e89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 733adf4f2fea4bd13bff89a24aec0f905e08095c31aa9b61bea5ceadaffd6e89, en de alinea staat in dat document op bytes 6675 tot 9527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/733adf4f2fea4bd13bff89a24aec0f905e08095c31aa9b61bea5ceadaffd6e89 | shasum -a 256