Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016

Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:104.

Appellanten voeren aan dat [naam 1] de kredieten heeft aangeboden tegen onbetekenende kosten. De rechtbank legt de Richtlijn onjuist uit door de kosten van [naam 4] mee te nemen in de totale kosten van het krediet. Kosten die niet verplicht zijn, worden in de Richtlijn niet beschouwd als kosten van het krediet. Het is de keuze van de consument, althans het ligt volledig in de macht van de consument om deze kosten al dan niet te genereren. Als alle consumenten de kredieten tijdig terugbetalen dan betalen consumenten alleen maar onbetekenende kosten. Als een deel van de consumenten niet tijdig terug betaalt dan zou [naam 1] geen krediet aanbieden tegen onbetekenende kosten. Het stuit af op het lex-certabeginsel als appellanten alleen achteraf kunnen vaststellen of zij in strijd met de regels hebben gehandeld. De AFM dient uit te gaan van de servicekosten die [naam 1] zelf verplicht in rekening heeft gebracht. Deze servicekosten hebben als onbetekenend te gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc, en de alinea staat in dat document op bytes 14323 tot 15310.