Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016
Onder 3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:104.
Gelet op het voorgaande is het College van oordeel dat de kosten die [naam 4] in rekening bracht kosten zijn die zijn voorzien in de overeenkomst en behoren tot de kosten die de consument ter zake van de kredietovereenkomst in rekening worden gebracht. Dat [naam 4] sinds april 2012 geen banden meer had met [naam 1] maakt dit niet anders, nu die kredietovereenkomst en de vergoedingen die in verband hiermee moesten worden betaald niet wezenlijk zijn gewijzigd. Het verdienmodel van [naam 1] is in dit verband niet relevant. Anders dan appellanten aanvoeren, heeft de rechtbank dit ook niet overwogen. Evenmin is vereist dat kosten door één en dezelfde onderneming in rekening worden gebracht om tot de totale kosten van het krediet te kunnen worden gerekend. Een garantstelling was met ingang van 5 oktober 2012 noodzakelijk voor het verkrijgen van een krediet, zodat de daarvoor in rekening gebrachte kosten naar het oordeel van het College eveneens behoren tot de kosten van het krediet. Deze kosten waren voorzien in de kredietovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc, en de alinea staat in dat document op bytes 23984 tot 25058.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc | shasum -a 256