Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016

Onder 8.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:104.

AFM heeft [naam 1] een boete opgelegd van € 150.000,-. AFM heeft de boete bij besluit van 5 december 2013 opgelegd. Niet in geschil is dat [naam 1] op 1 juni 2013 een eigen vermogen had van € 436.631,- Uit de jaarrekening 2013 blijkt dat [naam 1] op 31 december 2013 een eigen vermogen had van € 293.155,- en beschikte over liquide middelen ter hoogte van € 371.909,-. Op basis van deze gegevens moet [naam 1] volgens AFM geacht worden de boete in 2013 te hebben kunnen dragen. [naam 1] heeft ook de voorlopige jaarrekening tot en met 30 september 2015 overgelegd. AFM stelt voorop dat hieraan geen zekerheid kan worden ontleend, omdat deze niet door een accountant zijn gecontroleerd, maar zijn samengesteld op basis van de administratie die [naam 1] heeft aangeleverd. Hierin is een negatief eigen vermogen van € 15.749,- opgenomen en een bedrag van € 9.702,- aan liquide middelen. Het is voor AFM onduidelijk waardoor de daling in eigen vermogen en liquide middelen is ontstaan. Het is aan [naam 1] om hierover duidelijkheid te verschaffen, nu zij sinds december 2013 rekening heeft kunnen houden met de betaling van de boete en dit niet heeft gedaan. AFM heeft aangegeven in de gegevens geen aanleiding te zien voor een verdere matiging van de boete. Het negatieve eigen vermogen wordt met name veroorzaakt doordat [naam 1] de opgelegde boete als kortlopende schuld op de balans heeft opgenomen. De bezittingen bestaan uit bijna €10.000,- liquide middelen en twee vorderingen van in totaal € 130.000,-. Op grond van deze gegevens moet [naam 1] volgens AFM in staat worden geacht de boete van € 150.000,- te voldoen. Dat na betaling van de boete geen of een negatief eigen vermogen en geen liquide middelen meer aanwezig zijn, is volgens AFM geen grond voor matiging van de boete. Uit de gegevens blijkt niet dat [naam 1] , met uitzondering van accountantskosten, nog andere financiële verplichtingen heeft. Voorts heeft [naam 1] haar activiteiten in 2013 gestaakt. Niet valt in te zien dat [naam 1] nog kosten moet maken. Betaling van de boete zal dus volgens AFM niet leiden tot een faillissement of benadeling van (toekomstige) bedrijfsactiviteiten van [naam 1] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc, en de alinea staat in dat document op bytes 44187 tot 46389.