Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016

Onder 8.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:104.

Niet in geschil is dat [naam 1] op het moment van het opleggen van de boete op 5 december 2013 over voldoende draagkracht beschikte om de boete te kunnen voldoen. Het is aan [naam 1] om aannemelijk te maken dat haar financiële positie dusdanig is dat zij de boete nu niet meer kan dragen. Tevens ligt het op haar weg te onderbouwen waarom zij sinds het besluit van 5 december 2013 geen rekening heeft kunnen houden met de betaling van de boete. [naam 1] heeft gesteld dat zij sinds 2013 (hoge) kosten heeft moeten maken. Zij heeft echter de noodzaak en de hoogte van deze kosten niet met stukken onderbouwd. Over 2014 zijn geen stukken overgelegd. Uit de overgelegde voorlopige jaarcijfers 2015 kan hierover niets worden afgeleid. Ten aanzien van de twee vorderingen heeft [naam 1] gesteld dat zij deze niet kan aanwenden voor het betalen van de boete, maar dit heeft zij evenmin met stukken nader onderbouwd. Het College ziet dan ook in hetgeen appellanten hebben aangevoerd geen reden de aan [naam 1] opgelegde boete te matigen tot een lager bedrag dan AFM heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb732820f9e4412d3edbd4e8b4c2c8b0267926564d231e076dcd7fbf1a3af3dc, en de alinea staat in dat document op bytes 48331 tot 49417.