Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016
Alinea 49 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:106.
4. Appellante heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de staatssecretaris bij het opleggen van de boete niet aan zijn bewijslast heeft voldaan, omdat de vaststelling van de vermeende overtreding slechts is gebaseerd op aannames. De rechtbank heeft ten onrechte veel waarde toegekend aan het WUR-rapport 284, terwijl dit rapport niet specifiek genoeg is om als boetegrondslag te dienen. Het rapport betreft een inventarisatie van het scheiden van rundveedrijfmest bij 13, niet representatief geselecteerde bedrijven. In het rapport staat echter niet gespecificeerd welke factoren van invloed zijn op het scheidingsrendement bij deze bedrijven, terwijl er in het rapport zijdelings wel factoren staan genoemd die in algemene zin van invloed kunnen zijn, zoals het rantsoen van de dieren, de ouderdom van de mest en de duur van de proef. Ook uit de rapporten ‘Koeien en kansen: gebruik van dunne en dikke fractie van rundvee getest op Koeien en Kansen melkveebedrijven’ (WUR-rapport 63) en ‘Perspectief mestscheiding op melkveebedrijven’ (WUR-rapport 421), blijkt dat er factoren zijn die van invloed zijn op de scheiding, zoals het al dan niet laten weglopen van spoelwater. Nu in WUR-rapport 284 een specificatie ontbreekt, is het voor appellante niet mogelijk om na te gaan op welke punten haar bedrijf afwijkt van de aan het WUR-onderzoek deelnemende bedrijven. Bovendien blijkt uit het rapport dat er ten aanzien van het scheidingsrendement nog veel onduidelijk is. Appellante verwijst in dit verband naar de in haar opdracht door een deskundige, ir. [naam 3] van [naam 12] opgestelde rapportage. Uit deze rapportage blijkt dat de staatssecretaris ten onrechte geen rekening heeft gehouden met andere rapporten en ook dat de vastgestelde forfaitaire normen voor gescheiden mest (code 13) beduidend hoger liggen dan vanuit de forfaitaire norm voor rundveemest (code 14) zou volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17898c2d7fd45849e17171f62ac6c1d7e4017c6b009874693afdacff9583440e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17898c2d7fd45849e17171f62ac6c1d7e4017c6b009874693afdacff9583440e, en de alinea staat in dat document op bytes 17987 tot 19906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17898c2d7fd45849e17171f62ac6c1d7e4017c6b009874693afdacff9583440e | shasum -a 256