Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016

Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:107.

Het College stelt vast dat uit het hiervoor in 3.2 weergeven stelsel van regels uit de Uitvoeringsregeling blijkt dat ten tijde van het hier in geding zijnde geschil wat betreft de bij het vervoer van meststoffen te gebruiken apparatuur in bepaalde opzichten onderscheid werd gemaakt tussen het vervoer van drijfmest en het vervoer van vaste mest. Zo gold bij het vervoer van drijfmest de eis dat de automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur onlosmakelijk op het transportmiddel moest zijn bevestigd (artikel 53, tweede lid, Uitvoeringsregeling), maar gold deze eis niet bij het vervoer van vaste mest. Voorts was voorgeschreven dat bij het vervoer van drijfmest de AGR- en de satellietvolgapparatuur elektronisch is verbonden aan de automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur (artikel 53, tweede lid, Uitvoeringsregeling). Bij het vervoer van vaste mest moest de satellietvolgapparatuur elektronisch aan de AGR-apparatuur zijn verbonden (artikel 53, derde lid, Uitvoeringsregeling). Ook bestonden er naar gelang er sprake was van vervoer van drijfmest dan wel van vaste mest verschillen met betrekking tot de aard van de gegevens die met de AGR-apparatuur moesten worden vastgelegd en de wijze waarop de desbetreffende gegevens moesten worden vastgelegd en worden verzonden (al dan niet automatisch, zie artikelen 55 en 56 Uitvoeringsregeling). Het College plaatst het betoog van appellante met betrekking tot de fraudegevoeligheid van de apparatuur die ten tijde hier in geding werd gebruikt bij het vervoer van vaste mest tegen de achtergrond van deze regels en gaat ervan uit dat appellante met de term ‘losse mestkoffer’ doelt op deze apparatuur en met de term ‘vaste mestkoffer’ op de van eerstgenoemde apparatuur te onderscheiden apparatuur die werd gebruikt bij het vervoer van drijfmest. Voor de beoordeling van dit betoog is verder essentieel dat, zoals blijkt uit genoemde regels, de AGR-apparatuur voor het vervoer van drijfmest, anders dan de AGR-apparatuur voor het vervoer van vaste mest, moest beschikken over een voorziening waarmee het combinatienummer als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder r, van de Uitvoeringsregeling – zijnde een nummer dat door de Dienst Regelingen ter identificatie van een transportmiddel voor drijfmest is verstrekt en dat is samengesteld uit op grond van artikel 45, vierde en zesde lid, van de Uitvoeringsregeling verstrekte gegevens, waaronder de serienummers van de automatische bemonsterings- en verpakkingsapparatuur en de AGR-apparatuur, alsmede het kenteken van het betrokken transportmiddel – automatisch en op elektronische wijze uit de verpakkingsapparatuur wordt ingelezen (punt 2.2 van bijlage E, onder D, Uitvoeringsregeling) en dat het met de AGR-apparatuur voor het vervoer van drijfmest tijdens het lossen te versturen databericht dit combinatienummer moest bevatten (artikel 55, tweede lid, Uitvoeringsregeling), maar dat dit niet gold voor het met de AGR-apparatuur voor het vervoer van vaste mest te versturen databericht (artikel 56, eerste lid, aanhef en onder b, Uitvoeringsregeling), omdat aan transportmiddelen voor vaste mest geen combinatienummers werden toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ced9d862764b8b9d3febb195a63bf0d703445b8720747e6f1eaccd56272bb9fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ced9d862764b8b9d3febb195a63bf0d703445b8720747e6f1eaccd56272bb9fd, en de alinea staat in dat document op bytes 37354 tot 40539.