Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016

Onder 4.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:107.

“4.2.7 Het is in beginsel in een zaak als deze niet de taak van de bestuursrechter, maar van het bestuursorgaan, om het bewijs “rond te maken”. Het antwoord op de vraag of het ontbrekende bewijs nog valt te verkrijgen, berust op een inschatting; absolute zekerheid daarover valt veelal niet te verkrijgen. De rechter is niet gehouden iedere theoretische kans te bieden en hij mag mede in aanmerking nemen of het nadere onderzoek binnen een redelijke tijd zal zijn afgerond en hoe groot de kans van slagen is. Is er een reëel uitzicht dat het ontbrekende bewijs nog wordt geleverd, dan beslist de rechter of hij het bestuursorgaan de kans daartoe wil bieden. In een voorkomend geval kan hij dat weigeren, bijvoorbeeld als die gelegenheid zich niet verdraagt met de door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verlangde voortvarende behandeling en gewaarborgde rechten van de verdediging. Een andere reden kan zijn dat het bestuursorgaan, mede gelet op het gewicht van de zaak, voldoende herstelkansen heeft gehad en deze onbenut heeft gelaten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ced9d862764b8b9d3febb195a63bf0d703445b8720747e6f1eaccd56272bb9fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ced9d862764b8b9d3febb195a63bf0d703445b8720747e6f1eaccd56272bb9fd, en de alinea staat in dat document op bytes 44793 tot 45882.