Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016

Alinea 33 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:119.

3.2.1 Appellant heeft aangevoerd dat hem niettemin geen verwijt kan worden gemaakt van de overtreding. De financiële regelgeving is complex en appellant is niet juridisch onderlegd. Appellant heeft zich daarom tot deskundige adviseurs gewend. Zij hebben in de brede zin van het woord de begeleiding en de opzet van het obligatiefonds voor hun rekening genomen. Ook advisering over de noodzaak om al dan niet een bankvergunning aan te vragen viel hieronder. Uit de zich in het dossier bevindende correspondentie blijkt dat de juridisch adviseur (meermaals) een overzicht heeft gemaakt van de [naam 6] . Daarnaast heeft hij onder andere hoofdstuk 7 (juridische en organisatorische informatie over de aanbieder) van de prospectus van [naam 3] opgesteld en bewerkt. De juridische structuur en de verbanden tussen de rechtspersonen/vennootschappen moet hij aldus hebben gekend. De juridisch adviseur heeft het groepsbegrip van artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek (BW) gehanteerd in plaats van het concernbegrip van artikel 3:2, derde lid, van de Wft. Het feit dat in artikel 3:2 van de Wft wordt vermeld wat precies onder concern moet worden verstaan, kan appellant niet worden tegengeworpen. Hij mocht er op vertrouwen dat [naam 3] met de gekozen structuur handelde conform het vereiste van artikel 3:2 van de Wft. Van verwijtbaar handelen was geen sprake. Alle schuld is afwezig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2527baaed41be8a326e13a90bff115b1a78818f707f166f24826d33ba72348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2527baaed41be8a326e13a90bff115b1a78818f707f166f24826d33ba72348, en de alinea staat in dat document op bytes 21437 tot 22833.