Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016

Alinea 35 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:119.

3.2.3 Het College ziet in de omstandigheid dat appellant deskundig advies heeft ingewonnen over de structuur van [naam 6] geen grond voor het oordeel dat hem als feitelijk leidinggevende geen verwijt kan worden gemaakt van de overtreding. Appellant heeft zich als bestuurder beroepsmatig begeven op de financiële markt. Het inschakelen van een juridisch adviseur ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de naleving van voorschriften van de Wft. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de geldende wetgeving en dat hij adviezen kritisch benadert. Bovendien mag van een bestuurder van meerdere met elkaar verbonden vennootschappen enige kennis worden verwacht ten aanzien van het vennootschapsrecht. Met DNB is het College van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een complex voorschrift, nu in de betrokken bepaling zelf een duidelijke definitie van ‘concern’ wordt gegeven. Voor zover appellant zich beroept op een advies van de juridisch adviseur in een mail van 5 maart 2009, door de rechtbank geciteerd, stelt het College vast dat die mail niet ziet op [naam 3] , maar uitsluitend betrekking heeft op de verhouding tussen [naam 7] B.V., [naam 8] B.V. en [naam 5] B.V. Het advies is bovendien beperkt van strekking; het is een antwoordmail gericht aan " [naam 9] " op een eveneens op 5 maart 2009 gestelde vraag die als volgt luidde: "Gisteren heeft u mij uiteengezet wat een waarom [naam 7] bv, [naam 5] bv en [naam 8] bv tot de [naam 6] behoren. Ik heb heer geen notities van gemaakt. Kunt u ons tot nogmaals per mail uiteenzetten.(…)". Reeds hierom kan aan dit advies niet de betekenis toekomen die appellant daaraan voor [naam 3] wenst toe te kennen. Voor zover het advies al enige relevantie voor [naam 3] zou kunnen hebben had van appellant, gelet op het duidelijke verschil in de wettelijke definities van de begrippen groep en concern, mogen worden verwacht dat hij de juridisch adviseur had bevraagd over het verschil tussen het begrip concern in artikel 3:2 van de Wft en het door hem gehanteerde begrip groep of dat hij informatie bij DNB had ingewonnen. Appellant heeft een en ander nagelaten. Ten aanzien van de overige (concept)stukken van de hand van de juridisch adviseur waarop appellant zich in dit verband beroept, geldt dat deze, voor zover zij al betrekking hebben op [naam 3] , alle dateren van 8 oktober 2009 of van een latere datum, derhalve nadat de aangetrokken gelden zijn uitgezet naar entiteiten die op dat moment niet tot hetzelfde concern behoorden als [naam 3] en de overtreding door [naam 3] van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft een feit was. Het College ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat appellant als feitelijk leidinggevende geen verwijt kan worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2527baaed41be8a326e13a90bff115b1a78818f707f166f24826d33ba72348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2527baaed41be8a326e13a90bff115b1a78818f707f166f24826d33ba72348, en de alinea staat in dat document op bytes 24485 tot 27318.