Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016

Alinea 38 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:119.

3.3.2 Het College onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat DNB in het bestreden besluit heeft kunnen volstaan met de opmerking dat de door eiser overgelegde financiële gegevens (kopie van de aangiften Inkomstenbelasting 2009 en 2010) onvoldoende aanknopingspunten bieden om de boete op grond van onvoldoende draagkracht te matigen. Het College stelt vast dat appellant in zijn hogerberoepschrift geen grond heeft geformuleerd tegen dit oordeel van de rechtbank. Twee weken voor de zitting van het College heeft appellant - zonder nadere toelichting - de volgende stukken overgelegd: vonnissen tot faillietverklaring van 14 augustus 2014 van hemzelf en zijn vrouw en de vonnissen waarin het hoger beroep tegen de faillietverklaring wordt afgewezen, alsmede de toevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand voor de procedure bij het College en een aangifte inkomstenbelasting 2011. Het College ziet ook in deze gegevens onvoldoende aanknopingspunten voor matiging van de boete in verband met de draagkracht van appellant. Het feit dat appellant failliet is verklaard is op zichzelf niet voldoende om aan te nemen dat hij (op termijn) niet in staat is de boete te betalen. Het faillissement is nog niet afgewikkeld en uit het vonnis tot faillietverklaring blijkt dat appellant heeft verklaard dat hij betalingen kan hervatten zodra de beslagen zijn opgeheven. Onder deze omstandigheden mocht van appellant worden verwacht dat hij de stand van zaken met betrekking tot het faillissement en zijn perspectieven na afwikkeling van het faillissement nader zou toelichten. Aan de ‘print voor eigen administratie’ van de belastingaangifte voor 2011 kan, gelet op de aard van dit stuk, geen conclusie worden verbonden ten aanzien van de draagkracht van appellant. Voorts heeft appellant geen nadere gegevens overgelegd over zijn financiële situatie ten tijde van de boeteoplegging en in de periode tussen de boeteoplegging en het faillissement. Deze gegevens zijn van belang voor de vraag of aanleiding bestaat tot matiging, omdat degene die een boete is opgelegd rekening dient te houden met betaling van de boete.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2527baaed41be8a326e13a90bff115b1a78818f707f166f24826d33ba72348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2527baaed41be8a326e13a90bff115b1a78818f707f166f24826d33ba72348, en de alinea staat in dat document op bytes 28414 tot 30542.