Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juni 2016

Onder 5.5.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juni 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juni 2016, ECLI:NL:CBB:2016:149.

5.6.1.3 Ten aanzien van de overige appellanten overweegt het College als volgt. Deze appellanten menen dat dat, gelet op de – door hen bestreden (zie 3.1) – keuzes die de wetgever in genoemde wet heeft gemaakt, in hun situaties het geval is en verzoeken om opheffing dan wel compensatie van die last. Zij hebben ter onderbouwing van hun standpunt individuele omstandigheden naar voren gebracht. Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat de MVFR, die door deze appellanten in deze procedure wordt aangevochten, zonder meer geen individuele en buitensporige last met zich kan brengen, nu het een begunstigende maatregel is. Voorts heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de Wvgm hem geen ruimte biedt voor de toets of in de gevallen van deze appellanten sprake is van een individuele, buitensporige last, omdat dat indruist tegen het uitgangspunt (2013 als referentiejaar) en de doelstelling (terugdringen fosfaatoverschot) van de wet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08ebff82d1f91cd0bd19d81682ada11c49729384fbd5949186f352e7dc55bdd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08ebff82d1f91cd0bd19d81682ada11c49729384fbd5949186f352e7dc55bdd3, en de alinea staat in dat document op bytes 80605 tot 81569.