Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2016

Alinea 30 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juni 2016, ECLI:NL:CBB:2016:151.

4. [naam 1] stelt zich op het standpunt dat DNB miskent dat eerst een beoordeling kan plaatsvinden of iemand feitelijk leiding heeft gegeven aan een verboden gedraging nadat is vastgesteld dat (i) sprake is van een overtreding en (ii) dat deze overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Volgens [naam 1] is geen sprake van een overtreding van artikel 2:11 van de Wft door [naam 2] . [naam 1] verwijst in dit verband naar bij de rechtbank ingediende stukken. Los van het gegeven dat de rechtbank op goede gronden niet is toegekomen aan de beoordeling van de criteria of [naam 1] al dan niet feitelijk leiding heeft gegeven aan de veronderstelde overtreding door [naam 2] van het bankverbod – de overtreding is [naam 2] immers niet verwijtbaar – kan [naam 1] ook niet worden aangemerkt als feitelijk leidinggever, omdat niet is voldaan aan de beschikkingscriteria en het aanvaardingscriterium, zoals deze zijn geformuleerd in de Slavenburgarresten. [naam 1] was na 31 december 2010 elke vorm van macht ontnomen waardoor hij onmogelijk de overtreding (waarvan hij overigens niet eens op de hoogte was) had kunnen beëindigen. Onder druk van de kredietverlenende banken werd [naam 5] ( [naam 5] ) op 31 december 2010 aangesteld als CEO van [naam 6] N.V. en haar dochtermaatschappijen. Dat [naam 1] nog als bestuurder van [naam 2] stond geregistreerd is volstrekt irrelevant. Het standpunt van DNB dat [naam 1] de overtreding had kunnen zien aankomen is evenmin te volgen. DNB gaat er aan voorbij dat uitsluitend de afwaardering van het [naam 7] tot gevolg heeft gehad dat het (geconsolideerde) eigen vermogen van [naam 3] per 31 december 2010 negatief was. Aan de afwaardering is een taxatierapport voorafgegaan waartoe [naam 5] (pas) op 2 november 2011 opdracht had gegeven. Daarbij is een andere waarderingsgrondslag toegepast dan voorheen. [naam 2] heeft in oktober 2011 verklaard dat het eigen vermogen positief was. Ook in november 2011 wist [naam 1] niet dat het eigen vermogen van [naam 3] negatief was. De jaarrekening waaruit dit kenbaar wordt is op 30 januari 2012 vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7ea15465dbc4eb9eda9e951456d40db3e54825307c3d8889e760d437b08b777. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7ea15465dbc4eb9eda9e951456d40db3e54825307c3d8889e760d437b08b777, en de alinea staat in dat document op bytes 16539 tot 18649.