Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 januari 2016
Alinea 29 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 januari 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 januari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:16.
6. De hoogste bestuursrechters (zie bijvoorbeeld uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 augustus 2015, ECLI:CRVB:2015:2777 en uitspraak van het College van 19 november 2015, ECLI:NL:CBB:390) hanteren als uitgangspunt dat, in geval de geadresseerde stelt dat hij een niet aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het besluit is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering, een verzenddatum en sprake is van een deugdelijke verzendadministratie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ba3eafaf745ea6b74d7d8db2c7bd1ae769ea7bc15a805f5606101497cf1647a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ba3eafaf745ea6b74d7d8db2c7bd1ae769ea7bc15a805f5606101497cf1647a, en de alinea staat in dat document op bytes 8728 tot 9652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ba3eafaf745ea6b74d7d8db2c7bd1ae769ea7bc15a805f5606101497cf1647a | shasum -a 256