Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:185.

11.2.5 Ook bij de boeteoplegging is volgens ACM geen sprake van gelijke gevallen of willekeur. Van gelijke gevallen is al geen sprake, nu [Onderneming S] en [Onderneming R] niet in het rapport van 2009 maar in een aanvullend rapport zijn aangeschreven. Daarnaast heeft ACM zowel ten aanzien van [Onderneming G] , als ten aanzien van [Onderneming A] en haar moeders, dezelfde boetesystematiek gevolgd. Het gegeven dat [Onderneming S] en [Onderneming R] niet in het rapport van 2009 konden worden aangeschreven, brengt met zich mee dat met hun financiële positie bij het bepalen van het wettelijk boetemaximum van [Onderneming A] geen rekening kon worden gehouden. De veronderstelling van [Onderneming G] dat [Onderneming A] als dit wel was gebeurd een hogere boete opgelegd zou hebben gekregen, is daarbij onjuist. Omdat [Onderneming R] en [Onderneming S] investeringsmaatschappijen zijn, is het maar de vraag in hoeverre de totale omzet van beide maatschappijen een rol had kunnen spelen, nu dit niet een representatieve afspiegeling hoeft te vormen van de economische positie van de onderneming [Onderneming A] . Evenzeer geldt dit volgens ACM voor de rol die [Onderneming R] had kunnen spelen bij het hardheidsverzoek van [Onderneming A] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e, en de alinea staat in dat document op bytes 154240 tot 155496.