Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Onder 11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:185.
11.3.4 Ten slotte overweegt het College dat de relatieve hoogte van [Onderneming G] ’ boete in verhouding tot de boete van [Onderneming A] evenmin aanleiding geeft tot matiging. [Onderneming G] ’ boete is naar verhouding hoog, omdat een viertal boetes (van [Onderneming A] , [Onderneming F] , [Onderneming C] en [Onderneming B] ) is verlaagd op grond van de individuele omstandigheden van die ondernemingen. Deze individuele omstandigheden – bestaand uit geslaagde clementie- en hardheidsverzoeken – kunnen [Onderneming G] echter niet baten, nu deze omstandigheden zich in het geval van [Onderneming G] niet voordoen. Van een ongerechtvaardigde verstoring van de concurrentie als gevolg van de opgelegde boetes is dan ook geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e, en de alinea staat in dat document op bytes 159419 tot 160174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e | shasum -a 256