Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Onder 12 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:185.
12.3.1 Ten aanzien van de rechterlijke toetsing van hardheidsverzoeken overweegt het College als volgt. Uit het arrest van de Hoge Raad van 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:685, volgt dat een bestuursorgaan, indien zij bij het opleggen van een boete rekening houdt met de draagkracht van de overtreder, daarbij acht dient te slaan op diens financiële positie ten tijde van het besluit tot het opleggen van de boete. Wordt de beslissing van een bestuursorgaan over de hoogte van een boete aan het oordeel van de rechter onderworpen, dan dient deze zijn oordeel dienaangaande te vormen met inachtneming van de te zijnen overstaan aannemelijk geworden omstandigheden waarin de belanghebbende op dat moment verkeert, waaronder diens draagkracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e, en de alinea staat in dat document op bytes 168657 tot 169411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e1e9dd1cb145f7a821b636596076e4c13a83fc2c6687e2ea75b2e868ebbaa8e | shasum -a 256