Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 8 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.

8.1.2 Het overige bewijs is volgens [Onderneming D] eveneens onvoldoende om haar betrokkenheid vast te kunnen stellen. Er is geen bewijs dat [Onderneming D] aanwezig was bij de vermeende vergadering in Düsseldorf waar de afspraak volgens [Onderneming A] zou zijn gemaakt. Dat [Persoon D3] ( [Onderneming D] ) die dag blijkens zijn telefoongegevens in Duitsland was, is onvoldoende overtuigend, nu hij regelmatig in Duitsland verkeerde. Daarbij blijkt uit de aantekeningen van [Onderneming G] volgens [Onderneming D] dat [Persoon D3] niet aanwezig was bij de vergadering. [Onderneming A] heeft geen bewijs geleverd van de vermeende betalingstransacties, en [Onderneming D] heeft een duidelijke alternatieve verklaring gegeven voor de vermeende verrekeningen: het betrof in de industrie gebruikelijke “wash-outs” in verband met het annuleren van graanleveringen. De aantekeningen van [Persoon D3] spreken op geen enkele wijze over verrekeningen, en overtuigen niet ten aanzien van de deelname van [Onderneming D] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 101537 tot 102603.