Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 10 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.

10.2.1 Om [Onderneming D] te kunnen aanspreken wegens deelname aan een enkele voortdurende overtreding dient ACM vier elementen te bewijzen. [Onderneming D] moet ten eerste betrokken zijn geweest bij één of meer overeenkomsten of onderling afgestemde gedragingen, die niet op zichzelf beschouwd een overtreding van het kartelverbod hoeven te vormen. Ten tweede dienen de gedragingen van [Onderneming D] en de overige ondernemingen te zijn gericht op hetzelfde doel. Ten derde moet [Onderneming D] met haar eigen gedrag hebben willen bijdragen aan het bereiken van de gemeenschappelijke doelstellingen van alle deelnemers, en ten slotte is vereist dat [Onderneming D] de gedragingen van de andere ondernemingen kende of redelijkerwijs kon voorzien en dat zij bereid was het risico ervan te aanvaarden. Uit het oordeel van het Hof van Justitie in het arrest Siemens blijkt volgens ACM dat complementariteit van de gedragingen – anders dan tot dan toe veelal werd aangenomen – geen vereiste is om tot een enkele overtreding te kunnen concluderen. Het volstaat dat ACM aantoont dat de gedragingen gericht zijn op één en hetzelfde doel. Het betoog van [Onderneming D] omtrent de (mate van) complementariteit van de gedragingen kan daarom niet worden gevolgd, zo betoogt ACM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 137402 tot 138693.