Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.

11.2.2 Met betrekking tot de toerekening aan [Vennootschap D1] betoogt ACM onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2013, ECLI:EU:C:2013:289 (Eni) dat, wanneer een moedermaatschappij 100% of bijna 100% van het aandelenkapitaal van haar dochteronderneming houdt, er een weerlegbaar vermoeden is dat die moedermaatschappij daadwerkelijk beslissende invloed uitoefent op het gedrag van haar dochter. De moedermaatschappij kan dit vermoeden weerleggen door afdoende bewijzen te overleggen die aantonen dat haar dochteronderneming zich op de markt autonoom gedroeg. ACM heeft vastgesteld dat [Vennootschap D1] in de periode van de inbreuk bijna 100% van de aandelen hield van [Vennootschap D2] , waardoor dit rechtsvermoeden in het onderhavige geval van toepassing is. Deze zeggenschapsverhouding is in de administratieve fase en de beroepsfase niet door [Onderneming D] betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 167645 tot 168560.