Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.

11.2.3 [Onderneming D] heeft volgens ACM niet of onvoldoende aangetoond dat [Vennootschap D2] zich op de markt autonoom gedroeg. Dat sprake is van een financiële holding doet niet af aan het vermoeden van beslissende invloed. Uit de statuten valt niet af te leiden dat [Vennootschap D2] zich ten opzichte van [Vennootschap D1] zelfstandig heeft gedragen op de markt. Ook uit het bestaan van een directiecomité blijkt niet dat [Vennootschap D2] zich autonoom gedroeg. Het directiecomité heeft enkel van de raad van bestuur afgeleide bevoegdheden, welke uiteindelijk via die raad van bestuur onder controle staan van de aandeelhouder [Vennootschap D1] . Ook blijkt uit de uitspraak van het Gerecht van 27 september 2012, ECLI:EU:T:2012:486 (Koninklijke BAM Groep), dat vergaande decentralisatie binnen een groep niet voldoende is om het vermoeden te weerleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 168617 tot 169493.