Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.

11.3.4 Voorgaande overwegingen houden niet in dat sprake is van een onweerlegbaar vermoeden. Zoals blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie impliceert het gegeven dat het moeilijk is om het tegenbewijs te leveren dat voor de weerlegging van een vermoeden noodzakelijk is, op zich niet dat dit vermoeden de facto onweerlegbaar is, met name niet wanneer de entiteiten tegen wie het vermoeden werkt, zelf het beste in staat zijn om dit bewijs te zoeken in hun eigen sfeer van activiteiten (zie het arrest van het Hof van Justitie van 29 september 2011, EU:C:2011:620, Elf Aquitaine/Commissie). Van strijd met de onschuldpresumptie is dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 183467 tot 184141.