Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 4.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.

Zowel in het Nederlandse bestuursrecht als in het Unierecht geldt bij de beoordeling van bewijsmiddelen de vrij-bewijsleer. Op grond van eveneens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie volgt hieruit dat het enige relevante criterium ter beoordeling van aangevoerde bewijzen de geloofwaardigheid ervan is (arrest Siemens, punt 128). Volgens de algemeen geldende bewijsregels hangt de geloofwaardigheid en dus de bewijswaarde van een stuk af van de herkomst ervan, van de omstandigheden waarin het is opgesteld, van degene tot wie het is gericht en van de redelijkheid en de geloofwaardigheid van de inhoud ervan. Met name dient groot belang te worden gehecht aan de omstandigheid dat een stuk rechtstreeks verband houdt met de feiten of is opgesteld door iemand die rechtstreeks getuige was van deze feiten (zie het arrest van het Gerecht van 27 juni 2012, ECLI:EU:T:2012:320, Coats Holdings/Commissie, punt 45 en daar aangehaalde rechtspraak).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 25142 tot 26102.