Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Onder 6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:186.
6.2.4 De afwezigheid van een schriftelijk stuk waaruit het niet-aanvalspact blijkt, doet volgens ACM niets af aan de bewijswaarde van de wel aanwezige bewijsmiddelen. Ook het gegeven dat ACM geen bewijs heeft gevonden van een overkoepelende afspraak of bijeenkomst doet volgens haar niet af aan het bewijs dat het bestaan van een niet-aanvalspact aantoont. Voorts heeft ACM – anders dan [Onderneming D] betoogt – geen wisselende duur van de deelname aan het niet-aanvalspact per deelnemer vastgesteld, nu zij de duur van het pact in het geheel niet heeft vastgesteld. Zij heeft, zoals is vereist op grond van artikel 6 van de Mw en artikel 101 van het VWEU, de duur van de deelname van iedere onderneming aan de enkele voortdurende overtreding vastgesteld. Dat die duur per onderneming verschilt is niet ongebruikelijk en vormt geen indicatie dat de overtreding niet zou hebben bestaan, zo betoogt ACM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f, en de alinea staat in dat document op bytes 52131 tot 53052.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79f3ba8f1b0a20baecd4f596e4c7a4896797659ba00d92bf6d33d35c3d733b6f | shasum -a 256