Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 6.2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:187.

Ten aanzien van de aantekeningen van [Persoon D3] betoogt [Onderneming H] dat die aantekeningen – zoals de rechtbank ook oordeelde – niets zeggen over de daadwerkelijke aanwezigheid van [Onderneming H] bij de betreffende bespreking. Dat ACM poogt om [Onderneming H] betrokkenheid bij het niet-aanvalspact te staven met de stelling dat zij betrokken zou zijn geweest bij de afkoop van [Onderneming F] en de opkoop en ontmanteling van [Onderneming Z] kan evenmin standhouden. ACM stelt de deelname aan de afkoop van [Onderneming F] als voorwaarde om de deelname aan het niet-aanvalspact te motiveren. Omgekeerd stelt ACM de deelname aan het niet-aanvalspact als voorwaarde om de deelname aan de afkoop van [Onderneming F] te motiveren. Dit houdt na een rechterlijke en logische toetsing geen stand, aldus [Onderneming H] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1897865f3b442887c1aeab21ac4914ba8714f01a31ab14f850db906faa3bdc0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1897865f3b442887c1aeab21ac4914ba8714f01a31ab14f850db906faa3bdc0e, en de alinea staat in dat document op bytes 83399 tot 84236.