Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 6.2.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:187.

De aanwijzingen voor een deelname van [Onderneming H] zijn volgens [Onderneming H] dermate vaag en onduidelijk, dat er hoe dan ook geen gegronde bewijswaarde aan kan worden toegekend. Dit geldt ook voor het vermeende bewijs voor de periode 2005-2006. Voordat überhaupt aan het bewijs wordt toegekomen, rijst de vraag welk belang [Onderneming H] erbij kan hebben gehad om op een markt, waarop [Onderneming H] sinds mei 2004 niet meer actief is, deel te nemen aan dergelijke mededingingsbeperkende besprekingen. Het ‘bewijs’ dat ACM ten aanzien van deze periode levert, kan volgens [Onderneming H] nog niet eens als een aanwijzing voor deelname worden bestempeld. Uit de verklaringen blijkt immers alleen dat [Persoon A2] en [Persoon F1] niet kunnen uitsluiten dat [Onderneming H] aanwezig was bij de vergaderingen. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat [Onderneming H] niet heeft deelgenomen aan het niet-aanvalspact.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1897865f3b442887c1aeab21ac4914ba8714f01a31ab14f850db906faa3bdc0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1897865f3b442887c1aeab21ac4914ba8714f01a31ab14f850db906faa3bdc0e, en de alinea staat in dat document op bytes 84317 tot 85263.