Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 5.3.14 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:187.

Het College overweegt dat de door [Onderneming E1] aangevoerde argumenten ten aanzien van de clementieverklaringen niet maken dat die verklaringen tegenstrijdig zijn, of anderszins als ongeloofwaardig moeten worden beschouwd. Dat bepaalde aspecten van een clementieverklaring geen bevestiging vinden in de andere clementieverklaringen maakt die verklaringen immers niet noodzakelijkerwijs tegenstrijdig. De clementieverklaringen zijn niet in tegenspraak met zichzelf of met elkaar ten aanzien van de betrokkenheid van [Onderneming E1] bij het niet-aanvalspact. Dat de verklaringen geen uitsluitsel bieden over afstemming met [Onderneming E1] omtrent andere afnemers dan [Afnemer B] , maakt niet dat de clementieverklaringen onvoldoende bewijs opleveren voor haar deelname. Het gebrek aan specificiteit op dit punt wordt gecompenseerd door de consistentie van de verklaringen ten aanzien van de algemene positie van [Onderneming E1] binnen het niet-aanvalspact, en door de consistentie en nauwkeurigheid van de verklaringen op het punt van [Onderneming E1] rol bij de [Afnemer B] -problematiek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1897865f3b442887c1aeab21ac4914ba8714f01a31ab14f850db906faa3bdc0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1897865f3b442887c1aeab21ac4914ba8714f01a31ab14f850db906faa3bdc0e, en de alinea staat in dat document op bytes 71789 tot 72895.