Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Onder 7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:188.
7.3.4 Naar het oordeel van het College leidt de aanname van ACM, dat een overigens levensvatbare onderneming voldoende financiering kan aantrekken om (een deel van) een boete te betalen indien de eigen financiële middelen ontoereikend zijn, er niet toe dat de beoordeling van hardheidsverzoeken door ACM wordt gereduceerd tot een beoordeling van louter de solvabiliteit van de onderneming. Zoals blijkt uit de door ACM uitgevoerde beoordeling, heeft zij niet alleen met de solvabiliteit van de onderneming rekening gehouden, maar heeft zij voorts acht geslagen op de liquiditeit, de mogelijkheid dat bestaande aandeelhouders aan de betaling van de boete zullen bijdragen, de effecten van de boete op de kasstromen, en de eventuele overwaarde op de activa. De aanname van ACM is voorts naar het oordeel van het College niet onredelijk. ACM betoogt terecht dat externe financiering van een boete mogelijk zal zijn indien een investeerder van mening is dat zij het geïnvesteerde bedrag met rente terug zal kunnen krijgen. Bij een overigens levensvatbare onderneming kan worden aangenomen dat die voorwaarde is vervuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a90389fb74056573e2d63ce173bdf3ba941d2ab6c265cf03ba740ba15c1f2d41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a90389fb74056573e2d63ce173bdf3ba941d2ab6c265cf03ba740ba15c1f2d41, en de alinea staat in dat document op bytes 96738 tot 97869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a90389fb74056573e2d63ce173bdf3ba941d2ab6c265cf03ba740ba15c1f2d41 | shasum -a 256