Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Onder 2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:189.

De rechtbank stelt voorop dat clementieverzoekers een eigen belang kunnen hebben om te verklaren zoals ze hebben verklaard. Dat betekent op zichzelf niet dat de verklaringen van clementieverzoekers als ongeloofwaardig dienen te worden beschouwd. De omstandigheid dat een onderneming om toepassing van clementie verzoekt teneinde een verlaging van de geldboete te verkrijgen, zet haar er niet noodzakelijkerwijs toe aan niet naar waarheid te verklaren en bewijsmateriaal vertekend weer te geven. Iedere poging om ACM te misleiden kan immers twijfels doen rijzen over de oprechtheid en de volledigheid van de medewerking van de verzoeker, en kan bijgevolg de mogelijkheid om clementie te verkrijgen in gevaar brengen. Nu [Onderneming J] , [Onderneming L] , [Onderneming M] en [Onderneming K] echter ontkennen deel te hebben genomen aan de gedraging [Onderneming Z] , moeten de clementieverklaringen van [Onderneming B] en [Onderneming C] door andere bewijzen worden gestaafd om een voldoende bewijs van deelname te kunnen vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356, en de alinea staat in dat document op bytes 16757 tot 17797.