Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Alinea 43 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:189.

3.1.3 Voorts geldt dat het enige relevante criterium voor de beoordeling van vrij aangevoerde bewijsmiddelen de geloofwaardigheid is van dat bewijs. Dat een verklaring is afgelegd in het kader van een clementieverzoek maakt niet dat deze bewijskracht mist, zoals de rechtbank terecht overweegt. De rechtbank geeft volgens ACM echter een onjuiste uitleg aan de door haar aangehaalde Europese jurisprudentie (de arresten van het Gerecht van 14 mei 1998, ECLI:EU:T:1998:98, Enso-Gutzeit, en van 25 oktober 2005, ECLI:EU:T:2005:367, Groupe Danone). Uit deze arresten volgt niet dat een clementieverklaring altijd door ‘andere bewijsmiddelen’ moet worden ondersteund als deze door de beschuldigde onderneming wordt betwist of ontkend. Dat is volgens ACM pas zo als de juistheid van de clementieverklaring wordt betwist door meerdere beschuldigde ondernemingen, of, als slechts twee partijen bij de overtreding zijn betrokken, door de enige andere beschuldigde onderneming. In dat geval dient de clementieverklaring (enkelvoud) door ‘andere bewijzen’ te worden gestaafd. De overwegingen van het Gerecht sluiten volgens ACM niet uit dat twee of meer clementieverklaringen genoegzaam bewijs kunnen vormen, ook als de beschuldigde onderneming deze betwist en de verklaringen niet door ‘ander bewijs’, niet zijnde (clementie)verklaringen, worden gestaafd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356, en de alinea staat in dat document op bytes 22491 tot 23863.