Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Alinea 46 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:189.
3.1.6 De rechtbank neemt de bewijskracht van de clementieverklaringen volgens ACM onvoldoende in aanmerking en vereist ten onrechte dat op basis van het ‘andere bewijsmateriaal’ de betrokkenheid bij de opkoop en ontmanteling van [Onderneming Z] moet kunnen worden vastgesteld. Door de clementieverklaringen van [Onderneming B] en [Onderneming C] niet in haar beoordeling te betrekken, heeft de rechtbank miskend dat zij haar oordeel dient te baseren op het geheel aan bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Dit geheel aan bewijsmiddelen kan volgens ACM de vaste overtuiging schragen dat [Onderneming M] , [Onderneming J] , [Onderneming K] en [Onderneming L] betrokken waren bij de ontmanteling van [Onderneming Z] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356, en de alinea staat in dat document op bytes 26968 tot 27712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356 | shasum -a 256