Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Alinea 49 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:189.
3.2.3 De rechtbank heeft – anders dan ACM betoogt – niet geoordeeld dat het ‘andere bewijsmateriaal’ ter ondersteuning van de clementieverklaringen onvoldoende is als dit niet op zichzelf voldoende bewijst oplevert van het betreffende te bewijzen onderdeel of aspect, aldus [Onderneming M] , [Onderneming J] , [Onderneming K] en [Onderneming L] . ACM beschikt simpelweg niet over het vereiste aanvullende bewijs. De rechtbank heeft volgens [Onderneming M] , [Onderneming J] , [Onderneming K] en Okermühle de juiste bewijsmaatstaf gehanteerd door te onderzoeken of ACM naast de betwiste clementieverklaring(en) ander bewijsmateriaal naar voren heeft gebracht dat (een begin van) bewijs levert voor de betrokkenheid van de ondernemingen bij de opkoop en ontmanteling van [Onderneming Z] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356, en de alinea staat in dat document op bytes 30133 tot 30942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356 | shasum -a 256