Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Alinea 98 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:189.

4.3.8 Uit de clementieverklaringen van [Onderneming B] en [Onderneming C] , in combinatie met de aantekeningen van [Onderneming B] , blijkt naar het oordeel van het College dat [Onderneming B] de betaling van € 600.000,-- mede namens een aantal andere Duitse meelbedrijven – waaronder in ieder geval [Onderneming C] en, blijkens de uitspraak van het College in de zaak AWB 14/594, [Onderneming E1] – heeft voldaan. Dat de aantekeningen louter een (eenzijdig) voornemen van [Onderneming B] zouden betreffen om de kosten voor de [Onderneming Z] -bijdrage gedeeltelijk af te wentelen op de andere Duitse molens, wordt niet door het College gevolgd. Immers, tenminste één andere Duitse molen ( [Onderneming C] ) was blijkens haar clementieverklaring reeds vóór het zien van de aantekeningen van [Onderneming B] op de hoogte van de hoofdlijnen van de in die aantekeningen weergegeven afspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60e70b243639adca329ee2b85cc48d9969c9c9d0ff38fe064ebfea5046cc1356, en de alinea staat in dat document op bytes 76237 tot 77149.