Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juli 2016

Onder 5.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juli 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:211.

Het College stelt vast dat de kern in het betoog van de staatssecretaris wordt gevormd door de opvatting dat appellante desalniettemin tot de groep van bedrijven behoort die de wetgever bij het bepalen van het boetetarief op het oog heeft gehad. De wetgever heeft, aldus de staatssecretaris, bij de bepaling van de hoogte van het boetetarief immers bewust geen onderscheid willen maken tussen producenten of leveranciers van mest enerzijds en afnemers van mest anderzijds. Het zijn van afnemer en de daarmee gepaard gaande andere aard van het economisch voordeel is derhalve geen bijzondere omstandigheid waar de wetgever geen rekening mee heeft gehouden. De staatssecretaris heeft in dat verband voor zijn opvatting mede steun gezocht in twee, hiervoor aangeduide, uitspraken van het College. Het College deelt de opvatting van verweerder niet en overweegt daartoe als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b94c6787802f3a04529c625860b491f272c030167cb443ced47c6f0aeaa24058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b94c6787802f3a04529c625860b491f272c030167cb443ced47c6f0aeaa24058, en de alinea staat in dat document op bytes 21664 tot 22554.