Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2016

Onder 4.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:261.

Appellant betwist dat hij als overtreder van artikel 37 Gwd kan worden aangemerkt omdat hij niet de houder van de honden zou zijn en ook anderszins niet verantwoordelijk zou zijn voor hun verzorging. Ter onderbouwing heeft hij gesteld dat de honden eigendom zijn van zijn moeder, die ten tijde van de uitoefening van de spoedbestuursdwang onvoorzien en zeer recent in een verzorgingstehuis was opgenomen. Artikel 37 van de Gwd, zoals dat luidde ten tijde van belang, verbiedt de houder van een dier aan dat dier de nodige verzorging te onthouden. Verweerder heeft zijn standpunt dat appellant houder en daarmee overtreder is in het bestreden besluit niet kenbaar gemotiveerd. Het College ziet echter aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht te passeren. Daartoe overweegt het College het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/586f926267d42a4d2e7b73a38f94c748c9ce44f262364328bf786ef8eaf87660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 586f926267d42a4d2e7b73a38f94c748c9ce44f262364328bf786ef8eaf87660, en de alinea staat in dat document op bytes 21582 tot 22455.