Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2016

Onder 4.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:261.

Gelet op het voorgaande acht het College aannemelijk dat appellant de zorg voor de honden op zich had genomen. De door appellant overgelegde ongedateerde verklaringen van [naam 2] en van [naam 3] , de zus van appellant, die beiden verklaren dat de honden van de moeder van appellant waren, doen daar niet aan af, aangezien deze kennelijk doelen op de eigendom, maar niet op de vraag wie de honden na de opname van de moeder in het ziekenhuis en vervolgens het verzorgingstehuis onder zijn hoede had. Ook de door appellant overgelegde verklaring van [naam 4] , die verklaart dat hij op het adres [adres 2] de honden en vogels heeft gevoerd, doet daar niet aan af, nu dit niet uitsluit dat appellant ook of juist de zorg voor de honden op zich had genomen. Aan de door appellant overgelegde huurovereenkomst, waaruit volgens appellant blijkt dat de opstallen aan de [adres 1] door hem werden verhuurd aan een vennootschap van zijn broer en hij enkel het recht had om de woning te blijven bewonen, komt in het kader van de vraag of appellant de honden feitelijk onder zich had geen betekenis toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/586f926267d42a4d2e7b73a38f94c748c9ce44f262364328bf786ef8eaf87660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 586f926267d42a4d2e7b73a38f94c748c9ce44f262364328bf786ef8eaf87660, en de alinea staat in dat document op bytes 25686 tot 26792.