Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2016

Onder 6.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:270.

Het College vat dit betoog aldus op dat GCO betwist dat zich een van de in artikel 15 ter, eerste lid, van richtlijn 92/49, genoemde weigeringsgronden voordeed. De omstandigheid dat DNB voorafgaand aan verlening van de verklaringen van bezwaar niet expliciet aan de aanvragers te kennen heeft gegeven dat zich in de optiek van de DNB gronden voordeden die tot weigering van de verklaringen zouden kunnen leiden, is hooguit een aanwijzing, maar geen bewijs voor de stelling dat een weigeringsgrond zich niet voordeed. DNB heeft in ieder geval in de loop van de procedure uitdrukkelijk het standpunt heeft ingenomen dat de voorschriften ertoe dienen om weigeringsgronden die zich in de optiek van DNB voordeden, weg te nemen. Uit het arrest van het Hof van Justitie volgt niet de eis dat de bevoegde autoriteit eerst gemotiveerd dient aan te tonen dat sprake is van situatie waarin zij zich op goede gronden tegen de voorgenomen verwerving zou kunnen verzetten, alvorens een voorschrift op te leggen. Van strijd met procedurele eisen is het College dan ook niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ffcd87e774d28cb8e7781b21fe03aad5c54fa39de8039cbf4f2cdcdb29da2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ffcd87e774d28cb8e7781b21fe03aad5c54fa39de8039cbf4f2cdcdb29da2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 34339 tot 35422.