Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2016
Onder 8.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2016
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:270.
GCO betoogt dat het derde voorschrift niet noodzakelijk is om de verwerving aan de beoordelingscriteria (weigeringsgronden) van artikel 15 ter, eerste lid, van richtlijn 92/49 te laten voldoen. GCO stelt dat DNB bij het opleggen van het voorschrift geen rekening heeft gehouden met de beoordelingscriteria van de richtlijn en voert daartoe aan dat DNB, zoals duidelijk blijkt uit het wijzigingsbesluit van 3 november 2011, met name de belangen van de polishouder heeft gewogen. Voorafgaand aan het verlenen van de verklaringen van geen bezwaar is er geen indicatie geweest dat ATNV en ACINV na de verwerving vanwege hun governance structuur niet meer zouden kunnen voldoen aan de prudentiële regels. GCO betoogt dat het Nederlandse vennootschapsrecht voldoende checks-en-balances biedt die het onafhankelijk functioneren van een raad van commissarissen waarborgen en dat GCO, ATNV en ACINV over een corporate governance beschikken die recht doet aan de belangen van haar stakeholders en die overeenkomt met hun verantwoordelijkheden tegenover die stakeholders zoals die voorvloeien uit het toepasselijke recht. Uit zowel artikel 2:140 BW als de statuten van ATNV en ACINV blijkt expliciet dat de leden van de raad van commissarissen zich moeten richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Dit betekent volgens GCO dat zelfs indien een commissaris op de ene of andere manier verbonden is of was met GCO hij niet primair de belangen van GCO kan dienen nu dit verboden is bij wet. Aan de voorzitter van de raad van commissarissen komen krachtens de statuten geen beslissende bevoegdheden toe, meer in het bijzonder geen beslissende stem. Volgens GCO is er geen noodzaak voor de eis dat de voorzitter onafhankelijk dient te zijn van de groep. Binnen de grenzen van het Nederlandse vennootschapsrecht benoemt GCO de leden van de raad van commissarissen van ATNV op basis van onder andere diversiteit met betrekking tot kennis, ervaring en achtergrond. In aanvulling hierop voorkomen de professionele en ethische standaarden die de leden van de raad van commissarissen van ATNV dienen te hanteren dat de raad van commissarissen zich alleen door de belangen van de aandeelhouders zal laten leiden. Het door DNB opgelegde corporate governance voorschrift was niet noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ATNV en ACINV als gevolg van de vermeerdering van het belang van GCO in ATNV konden voldoen aan de relevante prudentiële regels. Ook is er geen bewijs dat er een voldoende directe relatie bestaan tussen de onafhankelijkheid van de RvC en de waarschijnlijkheid dat zich prudentiële risico’s zoals genoemd in de Antonveneta-richtlijn zullen voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ffcd87e774d28cb8e7781b21fe03aad5c54fa39de8039cbf4f2cdcdb29da2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ffcd87e774d28cb8e7781b21fe03aad5c54fa39de8039cbf4f2cdcdb29da2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 46300 tot 49001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ffcd87e774d28cb8e7781b21fe03aad5c54fa39de8039cbf4f2cdcdb29da2dc | shasum -a 256