Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 september 2016

Onder 2.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 september 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:291.

De rechtbank stelt voorop dat appellant niet betwist dat de boete overeenkomstig de regelgeving is vastgesteld: de beroepsgronden zien op de rechtmatigheid van de regelgeving zelf. De rechtmatigheid van algemeen verbindende voorschriften zoals hier aan de orde, kan bij wege van exceptieve toetsing worden beoordeeld in het kader van een beroep. Aan een algemeen verbindend voorschrift kan volgens vaste jurisprudentie slechts verbindende kracht worden ontzegd, wanneer het in strijd is met een hogere – algemeen verbindende – regeling, dan wel wanneer met inachtneming van de beoordelingsvrijheid van de regelgever en derhalve terughoudend toetsend, geoordeeld moet worden dat het voorschrift de toetsing aan de algemene rechtsbeginselen niet kan doorstaan. Aan de hand van deze toetsingsmaatstaven komt de rechtbank tot het oordeel dat het vergunningstelsel, waaronder begrepen het in rekening brengen van kosten bij de vergunningaanvraag, zoals neergelegd in het Warenwetbesluit en de Warenwetregeling tatoeëren en piercen (Warenwetregeling), niet in strijd is met de Warenwet of met een eenieder verbindende verdragsbepaling of een rechtstreeks werkende bepaling van of krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en dat dit stelsel de terughoudende toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsbeginselen kan doorstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fd17a12fb8217d62d3cf88a71c6b3200733231d6cdd4a1cdc5edcd55e24764b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fd17a12fb8217d62d3cf88a71c6b3200733231d6cdd4a1cdc5edcd55e24764b, en de alinea staat in dat document op bytes 7651 tot 9016.