Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016

Onder 5.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 september 2016, ECLI:NL:CBB:2016:305.

Naar het oordeel van het College hadden de door de accountantskamer genoemde feiten en omstandigheden – in het bijzonder, in samenhang bezien, dat [naam 4] ruim € 350.000 in rekening courant aan [naam 2] heeft onttrokken (d), dat sprake was van onduidelijke geldleningen en schuldbekentenissen tussen [naam 4] en derden, waarvan er vele uiteindelijk als privéleningen in rekening courant met [naam 4] zijn geboekt (i) en dat de FIOD een grote som contant geld bij [naam 4] thuis zou hebben aangetroffen (c) – voor appellant op het moment dat ze hem bleken en uiterlijk op het moment dat hij kennisnam van de rapportage van 12 maart 2013 aanleiding moeten zijn te veronderstellen dat deze transacties verband konden houden met witwassen of financiering van terrorisme. Deze feiten en omstandigheden betreffen relevante, voor een beginnend horecabedrijf ongewoon grote geldstromen, waarvoor geen aannemelijke verklaring is gegeven. Naar het oordeel van het College vormen zij, in onderling verband en samenhang bezien, subjectieve indicatoren dat sprake is van één of meer ongebruikelijke transactie(s).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1edd2f08baba939722398162e0f142fbce4a925dfa4d7e89baf758cdd5677b4, en de alinea staat in dat document op bytes 12286 tot 13410.